30/11 2008
Basiskennis
Als je weet wat er rondom vruchtbaarheid in je lichaam gebeurt en weet hoe je deze symptomen kunt herkennen, kun je deze informatie gebruiken. Daarom volgt nu eerst een uitleg over het mannelijk en het vrouwelijk lichaam.
Over de vruchtbaarheid van man en vrouw
Als je vrijt, betekent dat niet automatisch dat je zwanger wordt. Er kan alleen een bevruchting plaatsvinden als er een zaadje bij een eicel komt. En dat kan alleen gebeuren op een aantal dagen in je cyclus: de ‘vruchtbare dagen’.
De teelballen van de man maken voortdurend zaadcellen, maar de eierstokken produceren maar een keer in je cyclus een eicel. Dat is de eisprong. Na de eisprong kan het eitje binnen maximaal 12-18 uur bevrucht worden. Als ze binnen die tijd niet met een zaadcel in contact komt, sterft ze af. Pas in de volgende cyclus kan er dan weer een bevruchting plaatsvinden.
Je kan wél zwanger worden als je al vóór de eisprong vree. Al een paar dagen voor de eisprong verandert er namelijk iets in je lichaam, waardoor de zaadcellen een paar dagen kunnen overleven. Ze wachten in je lichaam op de eisprong. Om dit te kunnen begrijpen, volgt hier een uitleg over de werking van de vrouwelijke geslachtsorganen.
De vrouw
De vrouw heeft inwendige en uitwendige geslachtsorganen. Inwendig zitten de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken. Ze liggen in het bekken. De schede vormt de verbinding met de uitwendige geslachtsorganen (Afbeelding 1). De schede is een elastisch kanaal van ongeveer 10 cm lengte. Het onderste deel van de baarmoeder, de baarmoederhals (cervix), mondt met een kegelvormig deel uit in de schede (Afbeelding 2). De opening van de baarmoederhals in de schede heet de baarmoedermond. Door de baarmoederhals loopt een nauw kanaal dat de schede met de baarmoederholte verbindt. In de baarmoederhals zitten inkepingen, de zogenaamde crypten, die met slijmvlies bedekt zijn. Dit slijmvlies scheidt een slijm af (ook wel: cervixslijm), dat belangrijk is voor het overleven van de zaadcellen.
![]() |
Afbeelding 1:De inwendige geslachtorganen van de vrouwBron plaatje: http://nl.wikipedia.org/wiki/Eierstok1. Eileider, 2. Blaas, 3.Schaambeen, 4. G-plek, 5.Clitoris, 6. Urinebuis, 7. Vagina, 8. Eierstok, 9. Dikke darm, 10. Baarmoeder, 11. Fornix uteri, 12. Baarmoederhals, 13. Endeldarm, 14. Anus
![]() |
Afbeelding 2:Doorsnede van de vrouwelijke geslachtorganen Bron plaatje: www.az.vub.ac.be/CRG/NL/imagesNL/vrouw.jpg
Het baarmoederlichaam zelf is een peervormig orgaan. De wanden ervan zijn gemaakt van sterke spierlagen. Ze zijn van binnen bedekt met slijmvlies (het baarmoederslijmvlies), dat tijdens de cyclus wordt opgebouwd en weer wordt afgestoten (dat is de menstruatie). In het begin van de zwangerschap nestelt het eitje zich in dit slijmvlies en het groeit dan tijdens de zwangerschap in de baarmoederholte.
Eileiders
In de buikholte liggen de eileiders. Zij komen elk aan een kant van het bovenste deel van de baarmoeder uit. De uiteinden van de eileiders zijn vingervormig, bewegen en kunnen zich over de eierstok uitspreiden om de vrijgekomen eicel op te vangen. De pruimvormige eierstokken zijn met banden aan beide zijden van de bekkenwand bevestigd. In de eierstokken zitten bij de geboorte al alle eicellen die ooit zullen rijpen. In totaal begint het meisje met ongeveer 400.000 eicellen, waarvan er uiteindelijk maar ongeveer 400 zullen rijpen. De eierstokken produceren bovendien de vrouwelijke geslachtshormonen, progesteron en oestrogeen. (Hierbij gaat het in feite om verschillende oestrogenen, maar voor het gemak noemen we ze samen oestrogeen).
Vaginaal slijm (mucus)
Het slijm in je vagina speelt een belangrijke rol. Het zorg voor smering bij het vrijen, het is een filter voor ziekteverwerkkers, en houdt onmisbare organismes in leven. Het wordt op verschillende plaatsen gemaakt: door verschillende klieren in je vagina en in de baarmoederhals. De belangrijkste rol van het slijm is het verdedigen tegen ziektekiemen, het heeft ontstekingsremmende, schimmeldodende, antibacteriële en antivirale eigenschappen. En daarnaast is het een bodyguard en uitsmijter voor zaadcellen.
Cervixslijm en zaadcellen werken samen
Op de onvruchtbare dagen in de cyclus is de weg van de zaadcellen op weg naar het eitje versperd. Het cervixslijm dat in de baarmoederhals is gemaakt, sluit dan de toegang naar de baarmoeder als een taaie, vaste prop af. Daardoor kunnen de zaadcellen niet verder zwemmen en blijven ze in de schede. Het cervixslijm werkt als uitsmijter en door de zure omgeving in de schede sterven de zaadcellen na korte tijd af (Afbeelding 3).
![]() |
Afbeelding 3: Baarmoeder op de onvruchtbare dagen.
De slijmprop sluit de baarmoederhals af voor de zaadcellen. De zaadcellen sterven na korte tijd in de schede.
Maar enkele dagen voor de eisprong verandert de situatie in de baarmoederhals (Afbeelding 4). Het slijm gaat meer water bevatten, wordt vloeibaar, neemt duidelijk in hoeveelheid toe en wordt nu juist een ‘bodyguard’ voor de zaadcellen. De baarmoedermond gaat 24 tot 48 uur voor de eisprong open, en het mucus maakt de omgeving basisch: veilig voor de zaadcellen. Het slijm lijkt de zaadcellen zelfs naar binnen te zuigen. Samentrekkingen in het baarmoedergebied duwen het sperma verder omhoog, de baarmoederhals en baarmoeder in. Cerviaal slijm bevat suikers, zouten en eiwitbestanddelen waarmee het de zaadcellen die in de plooien van cervicaal slijm of cervicale crypten twee tot acht dagen in leven kan houden.
![]() |
Afbeelding 4: Baarmoeder op de vruchtbare dagen.
Het cervixslijm wordt vloeibaarder.
De crypten worden wijder en de zaadcellen kunnen naar boven zwemmen.
De weg van de zaadcellen
Elke keer dat een man klaarkomt, worden ongeveer 200 tot 700 miljoen zaadcellen via de zaadleiders en de urinebuis geloosd. In de vruchtbare periode komen ze via de schede in het cervixslijm en verdelen zich over de crypten van de baarmoederhals (Afbeelding 6). De eerste zaadcellen bereiken de eileiders al een uur na de zaaduitstorting. De andere stijgen in de loop van de volgende dagen op naar de eileiders. Omdat de zaadcellen in deze tijd van de cyclus nog een tijd in leven kunnen blijven in de baarmoederhals, kan er ook nog enkele dagen na het vrijen een bevruchting plaatsvinden.
(Bron plaatje: eu.itsmybody.com/97/my_period/images/implant.gif)
![]() |
![]() |
Afbeelding 5: Weg die de zaadcellen afleggen vanuit hun plaats van ontstaan in de teelballen van de man tot aan de plaats van bevruchting van de vrouw.
Anatomie van de mannelijke geslachtsorganen
1=urineblaas, 2=schaambeen, 3=penis, 4=zwellichaam, 5=eikel, 6=voorhuid, 7=urinebuis, 8=dikke darm, 9=endeldarm, 10=zaadblaas, 11=zaadleider, 12=prostaat, 13=Cowperse klier, 14=anus, 15=zaadleider, 16=bijbal, 17=teelbal, 18=scrotum
Bevruchting, innesteling en zwangerschap
Hoewel meerdere zaadcellen de eicel bereiken, is er in het algemeen maar eentje die toegang krijgt tot de eicel. (Afbeelding 5). De zaadcel en de eicel versmelten. Vanaf nu kunnen andere zaadcellen de eicel niet meer binnendringen.
De bevruchte eicel gaat zich onmiddellijk delen (5). Terwijl ze dit doet, verplaatsen trilhaartjes en spiersamentrekkingen van de wand van de eileider haar in de richting van de baarmoeder. Tegen de tijd dat de eicel in de baarmoeder terechtkomt, is het baarmoederslijmvlies precies voorbereid op een zwangerschap. Ongeveer zes dagen na de bevruchting nestelt het bevruchte eitje zich in het baarmoederslijmvlies (Afbeelding 5). Hier zal het groeien tot de baby klaar is om geboren te worden.
De vrouwelijke cyclus
Wanneer een eicel in een cyclus niet bevrucht wordt, sterft deze af. Ongeveer 12 tot 16 dagen na de eisprong begint de menstruatie. Daarna begint je lichaam weer van voren af aan. In een van beide eierstokken rijpt een nieuwe eicel. Bij de eisprong wordt deze uit de eierstok gestoten en door de eileider opgevangen. Als deze weer niet wordt bevrucht, word je 12 tot 16 dagen later weer ongesteld. Dit systeem noemt men de cyclus van de vrouw. De cyclus wordt door centra in de hersenen bestuurd en begint de eerste dag van de menstruatie en eindigt de laatste dag voor de volgende bloeding.
Je kunt de cyclus van de vrouw in twee fasen indelen: een fase voor en een na de eisprong. Door de veranderingen in je lichaam, die je zelf als ‘vruchtbaarheidstekens’ kan waarnemen, kun je weten wat in die fasen gebeurt.
![]() |
Afbeelding 6: Eicel en zaadcel
(Bron plaatje: www.syberg.be/zMentaleRuimte/rSys/fotos/fJ31/bevruchting.jpg)
De fase voor de eisprong
Aan het begin van een cyclus beginnen meerdere eiblaasjes (follikels) met de daarin liggende eicellen te rijpen. Vervolgens springt steeds het meest ontwikkelde eiblaasje open en komt de eicel vrij. De eicellen in de andere rijpende eiblaasjes gaan verloren. In de wand van de groeiende eiblaasjes wordt een hormoon geproduceerd: het oestrogeen. Hoe groter de eiblaasjes worden, des te meer oestrogeen er wordt geproduceerd en in de bloedbaan afgescheiden. De laatste dagen voor de eisprong is de oestrogeenconcentratie het hoogst (Afbeelding 7).
De werking van het oestrogeen
Het oestrogeen dat in de bloedbaan komt, heeft in hoofdzaak twee effecten op de baarmoeder:
- Het baarmoederslijmvlies, dat tijdens de voorgaande menstruatiebloeding werd afgestoten, wordt opnieuw opgebouwd
- Hoe meer oestrogeen de eiblaasjes produceren, des te meer verandert het cervixslijm. Het wordt vloeibaarder en neemt aanzienlijk in hoeveelheid toe.
Het slijm vloeit nu langzaam langs de schedewand naar buiten, naar de schede-ingang. Je kan dit zelf waarnemen en je weet dan dat in de eierstok een nieuwe eisprong wordt voorbereid.
De fase na de eisprong
Na de eisprong schrompelt het lege eiblaasje ineen en verandert het in een klier, die vanwege zijn gele kleur het gele lichaam heet.
Het gele lichaam produceert naast het oestrogeen het hormoon progesteron (Afbeelding 7).
![]() |
Afbeelding 7
(bron plaatje: http://www.kiesbeter.nl/CMS/images/medischeinformatie/spectrum/ME288.jpg)
De werking van het progesteron
Het progesteron heeft onder andere de volgende effecten:
- Het opgebouwde baarmoederslijmvlies wordt op een mogelijke innesteling voorbereid.
- Het cervixslijm wordt weer taai, vermindert in hoeveelheid, en sluit het baarmoederhalskanaal in de vorm van een prop af. Het vloeit de schede niet meer in en kan dus ook niet meer aan de schede-ingang worden waargenomen.
- De lichaamstemperatuur stijgt met enkele tienden graden Celsius en blijft tot het einde van de cyclus verhoogd (temperatuurstijging) (Afbeelding 8).
De temperatuurstijging geeft aan, dat de vruchtbare tijd voorbij is en dat er tot het einde van de cyclus geen eisprong meer kan plaatsvinden.
Wanneer geen bevruchting plaatsvindt, verdwijnt het gele lichaam 12 tot 16 dagen na de eisprong en neemt de productie van progesteron en oestrogeen af. Hierdoor daalt de temperatuur weer naar het lage temperatuurniveau (Afbeelding 8) en het opgebouwde baarmoederslijmvlies met de menstruatiebloeding wordt afgestoten. Een nieuwe cyclus begint...
Afbeelding 8: Temperatuurverloop over 2 cycli.(klik op het plaatje voor een vergroting)








